Kies je taal:

Het boek Alfa


1963, proza

Ivo Michiels geeft aan de vertellende stem in Het boek Alfa de kans en de ruimte om vrij te associëren, te razen en te ratelen. Een echte 'verteller' kun je deze stem dan ook niet noemen. Dit fragment toont hoe de stem van die 'verteller' vaak samenvalt met de uitwaaierende gedachten van de wachtende soldaat.

Het fragment is overgenomen uit:

Ivo Michiels, Het afscheid, Het boek alfa, Orchis Militaris. Amsterdam: De Bezige Bij (2003), p. 160-161.

En al die tijd geen geluid dat bij hem binnendrong. Niets was er te horen van het geweld waarmee het geweld door de straat joeg, vernietigde wat al vernietigd was en wegnam wat niet eens meer bestond sedert de ramen waren dichtgedaan en de deuren gesloten en de rolluiken neergelaten en alle groen voorgoed was weggebracht, zodat nog eens en zonder zin werd gedood wat reeds eerder op de dag was doodgegaan en dus daarom wellicht geen geluid bij hem binnendrong, daarom niet: wijl nog eens en zonder zin werd gedood wat al vroeger op de dag was doodgegaan en het wel nooit was te horen wanneer de dood door de dood werd omgebracht.

Ook toen het schudden van de grond onder zijn voeten stilaan minder werd, de muren waren neergehaald en het puin de straat had dichtgelegd was er niets te horen, slechts het schrapen van zijn keel en het proesten van zijn mond die het stof uitspuwde en verder niets. Er waren geen kreten om te aanhoren en er zouden ook geen tranen zijn om te drogen, er zou geen bloed zijn om te stelpen moest hij op zijn knieën zoekend het puin in kruipen, geen zou er zachtjes zitten jammeren omdat er een onder de muren was verdwenen niet één die ooit zou weten dat en hoe en wanneer de straat uit de stad was genomen. Tenzij An.